Stof en Steen

Suzanne is deze week in het oude huis. Ze zorgt voor de kinderen. Ze brengt ze naar school en gaat dan naar de meubelstoffeerderij. Vanochtend was het een heel gedoe. Joep was me het verkeerde been uit bed gestapt en wilde niet naar school. Julia begon met huilen toen ze haar elastiekjes niet kon vinden. De boterham met gekookt eitje was ook al niet goed. Suzanne was ook nog vergeten een aantal spullen mee te nemen uit haar eigen huis. Dus voordat ze naar de meubelstoffeerderij kan, gaat ze nog langs huis. Daar aangekomen lijkt het of dat de buurman haar op staat te wachten. O nee, daar heeft ze geen zin in nu. Zo zegt hij, ga je weer naar je werk? Je lijkt wel gek. Wij krijgen nu een uitkering en voor van alles en nog wat krijgen we een toeslag. En ook de gemeentelijke belastingen hoeven we niet te betalen. Suzanne luistert naar hem en kijkt hem ongelovig aan. Ze kan gewoon niet geloven wat hij allemaal zegt. En soms vervolgd hij heb ik een zwarte klus. Lekker toch zo. Suzanne gaat naar binnen en pakt de spullen die ze vergeten is. Ze wil zo snel mogelijk weg, zonder de buurman nog eens tegen te komen. Op de zaak aangekomen, neemt ze eerst een kop koffie. Zij is er juist trots op dat ze haar eigen geld verdiend. De deurbel gaat. Ze kijkt wie er voor de deur staat. Nee hè, daar is Henk. Ze opent de deur en laat hem binnen. Hij heeft een rood aangelopen gezicht. Ze kijkt hem aan en hij begint direct te huilen. Ze weet er niet zo goed raad mee. Tijdens hun huwelijk en scheiding heeft ze hem nog nooit zien huilen. De aanstelle, huilebalk, denkt ze. Ze geeft hem een kop koffie en vraagt uit beleefdheid wat er is. Eigenlijk wil ze het helemaal niet weten, maar goed. Hij zegt dat Olga hem eruit gezet heeft. Ze is er klaar mee dat hij hele dagen op haar lip zit. Ze baalt ervan dat hij niet echt ze best doet om een baan te vinden. Suzanne kan Olga geen ongelijk geven. Henk vervolgt dat hij terug naar huis wil. Ze kijkt hem bedenkelijk aan en zegt; sorry maar geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt. Ze zegt tegen hem dat ie maar voor een paar dagen naar het hotel net buiten het centrum moet gaan. Ze waarschuwt hem, we hebben een afspraak Henk, de kinderen staan voorop en we gaan de zaken nu niet omdraaien alleen voor jou. Kwaad loopt Henk de deur uit. De dag is niet zo lekker begonnen, Suzanne besluit om een aantal stoelen te gaan ontdoen van hun oude bekleding. Vandaag geen moeilijke en ingewikkelde objecten. Rond lunchtijd gaat ze een broodje bij de lunchroom halen. Ze draait de deur op slot en gaat op pad. In de lunchroom gaat ze in de rij staan. Ineens wordt ze op haar schouder getikt. Het is de buurman. Hij is woedend. Hij begint hardop een verhaal tegen haar. Hij is verraden. Iemand heeft gezien dat hij zijn kranten niet heeft bezorgd maar in de kliko heeft gedumpt. Stelletje klootzakken, ze gunnen je ook niks. Morgen hebben hij en zijn vriendin een sollicitatie gesprek. Met een special uitzendbureau en de gemeente. Die klerelijers willen hun aan het werk hebben. Ze kunnen me toch niets maken, want ik heb al een krantenwijk. We gaan vanmiddag barbecueën en zuipen tot morgenochtend vroeg. Dan zijn we in ieder geval stomdronken als we bij het gesprek aankomen. Dan willen ze ons toch niet. Suzanne schaamt zich inmiddels kapot. Gelukkig is ze aan de beurt en geeft haar bestelling door. Als de buurman maar niet bij haar komt zitten. Ze draait zich om en ziet hem niet meer. Nu eerst maar even eten en bijkomen. Het is pas 13.00 uur, nu maar hopen dat de rest van de dag beter verloopt.