Stof en Steen

Suzanne heeft het erg druk gehad de laatste tijd en besluit daarom een paar dagen vrij te nemen. Ze wil wat in haar tuin werken en haar vriendin Edith opzoeken. Eigenlijk zou ze op vakantie willen, maar dat zit er voorlopig nog niet in. Financieel kan ze het zich nog niet permitteren. Ze zal nog even verder moeten sparen. Ze heeft net boodschappen gedaan en wil deze op gaan bergen in de keuken. Ze hoort een kabaal van jewelste. Ze opent de tuindeur en hoort de buurman hardop praten om boven het geluid van de radio uit te komen. Ze hoort de blikken bier open gaan. Blijkbaar ziet hij dat Suzanne de deur opent doet en begint tegen haar een heel verhaal over werken. Hij stopt ermee zegt hij. Stelletje klootzakken daar. Hoe hebben ze het in hun hoofd gehaald om uitgerekend hem tussen die asociale debielen te zetten. Hij moet zo nu en dan helemaal uit zijn dak gaan en feest hebben om op te laden, zodat hij naar zijn werk kan. Maar binnenkort gaat ie niet meer. Laat anderen maar werken. De jongere generatie, in plaats van computer spelletjes spelen, kunnen we maar beter iets nuttigs gaan doen. Hij heeft zijn hele leven al gewerkt. Suzanne vraagt aan hem hoe oud hij is. Veertig zegt hij. Ze hoort hem rustig aan en zegt verder niets. Ze zegt tegen hem, dat ze weg moet. Alweer zegt hij? Ja, en nu ze toch aan de “normale”praat zijn, vraagt ze hem of hij op werkdagen iets vroeger de radio uit kan zetten en de barbecue met iets anders aan kan steken dan lampolie. Tuurlijk zegt hij, ik heb nog wat brandspiritus. Ze gaat naar binnen en vraagt zich af hoe lang dit nog goed gaat.