Stof en Steen

Na het ontbijt brengt Suzanne de kinderen naar school. Ze heeft de lunchdoosjes rijkelijk gevuld. Ze komt aan bij de meubelstoffeerderij en vind meneer Bruintjes in de werkplaats. Hij zit aan tafel met een kopje koffie en zijn eindeloze sigaar. Ze zegt tegen hem, we hadden toch afgesproken om niet meer binnen te roken? Niet alle klanten vinden dat prettig. Hij zegt dat hij zenuwachtig is. Waarvoor vraagt Suzanne, nou ik moet straks naar het ziekenhuis voor onderzoek. Voor wat vraagt Suzanne, meneer Bruintjes antwoord; voor mijn ogen. Is er iets mee dan? Nou ja zegt hij, ik zie niet meer zo goed en binnenkort moet mijn rijbewijs verlengt worden. Eigenlijk durf ik niet meer zo goed auto te rijden, totdat mijn ogen zijn nagekeken zegt hij. Zou jij vandaag de stoelen bij de klant op willen halen? Tuurlijk wil ze dat. Ze heeft alleen nog nooit in een bestelbus gereden. Meneer Bruintjes geeft haar de sleutels en verteld haar waar ze moet zijn. Hij waarschuwt haar dat het een drukke winkelstraat is, maar dat de klant het prima vindt als ze de bus op de stoep parkeert voor de winkel. Gelukkig weet ze welke winkel het is en gaat op pad. De eerste minuten in de bestelbus is even wennen, maar al gauw heeft ze in de gaten dat ze veel overzicht heeft in zo’n bus. Ze komt bij de winkel aan. En inderdaad is het erg druk in de straat. Ze ziet dat de stoelen al klaar staan bij de voordeur. Ze parkeert op de stoep en loopt naar binnen. Terwijl ze wacht totdat de klant die voor haar staat klaar is, ziet ze Henk aan komen lopen met zijn collega. Ze zijn duidelijk verwikkeld in een leuk gesprek met elkaar en lachen. Dan zien ze de bus van Suzanne en lopen er omheen. Ze ziet dat Henk zijn bonnenboekje pakt en een boete uit wil schrijven. Ze loopt snel naar de deur om dit te voorkomen. Ze wil niet de eerste de beste keer dat ze spullen ophaalt met een boete aankomen bij meneer Bruintjes.
Ze opent de deur en zegt goedemorgen tegen Henk en zijn collega. Henk kijkt haar aan en wijst haar terecht. Ze mag niet op de stoep parkeren. Hij doet alsof hij haar niet kent en gaat verder met schrijven. Suzanne staat perplex. Dit kan niet waar zijn denkt ze. Henk zegt tegen haar dat ze de bestelbus ergens anders moet parkeren. Hij geeft haar de parkeerboete en zegt tegen zijn collega, kom Olga we moeten verder. Suzanne ontploft bijna. De winkelier is inmiddels in de deuropening verschenen en zegt, het is om gek van te worden hier. Er zijn leveranciers die willen alleen nog op de hoek van de straat afleveren omdat ze anders bekeurt worden. Suzanne pakt de stoelen en laadt ze in de bus.
Nadat ze de kinderen op heeft gehaald van school zit ze thuis op de bank voor zich uit te staren. Honger heeft ze al helemaal niet. Het zit haar niet lekker dat Henk haar zo ongenuanceerd, onbeschoft heeft behandelt vandaag. Natuurlijk mocht ze daar niet parkeren, maar om nou te doen alsof ze een vreemde is. Die avond komt Henk laat thuis. Hij zegt dat hij al gegeten heeft en gaat naar boven om te douchen. Ze loopt hem achterna en vraagt hem wat dat vanochtend te betekenen had. Zijn reactie is niet mis. Hij zegt dat zij hem verweet niet rechtlijnig te zijn, dat hij stipt moest zijn en volgens de regels moest werken. Nou dat heeft hij vandaag gedaan. Om vervolgens naar de schuur te gaan.