Stof en Steen

De kinderen liggen net in bed als Henk thuiskomt. Met rode wangen van de kou loopt hij de warme huiskamer binnen. Daar daalt het niveau naar min tien. Hij ziet dat er iets goed mis is. Hij zegt tegen Suzanne dat ie gaat douchen en loopt naar boven. Hij draait de douchekraan open totdat de cabine stoomt. Suzanne wil de kinderen niet wakker maken en blijft stoïcijns zitten. Het duurt erg lang voordat Henk aanstalten maakt om naar beneden te komen. Uiteindelijk komt ie op zijn sloffen naar de binnen. Hij wil zoals gewoonlijk doen alsof er niets aan de hand is, maar daar trapt Suzanne niet meer in. Ze heeft de afgelopen jaren genoeg op haar tenen gelopen. Ze pakt de brief van zijn werk en geeft deze aan Henk. Hij vraagt of de urenlijst klopt. Suzanne zegt tegen hem, kijk zelf maar. Henk leest de brief en schuift ongemakkelijk heen en weer op zijn stoel. En? Vraagt Suzanne, heb je hier een verklaring voor? Nee, zegt hij sacherijnig en wil opstaan om naar de schuur te gaan. Ze merkt dat Henk duidelijk niet van plan is om uitleg te geven. Ze gaat voor hem staan en met een stemverheffing begint ze hem uit te foeteren. Jij, degene die altijd stipt, rechtlijnig en volgens de regels werkt. Uitgerekend jij! Verscheurt een parkeerboete van een collega? Waarom? Wil je je nieuwe baan riskeren? Ik dacht dat je juist blij was dat je weer werk hebt. Henk reageert nors en zegt dat het gewoon collegialiteit is en vertrekt vooralsnog naar de schuur. Suzanne vertwijfeld achterlatend. Nou ja, hij moet niet gekker gaan doen denkt ze.