Stof en Steen

Moe maar voldaan komt ze thuis van haar eerste stage dag. Ze wil graag even gaan zitten om alle indrukken te laten bezinken. Ze zet de waterkoker aan voor een kopje thee. Ineens denkt ze, wat is het stil in huis. Het is al 17.30 uur en er is niemand thuis. Ze heeft met Henk afgesproken dat hij zou koken en de kinderen uit school halen. Het is Woensdag dan hebben de kinderen s'middags vrij, dan doen ze meestal iets leuks samen. Ze gaat in de schuur kijken, maar daar is ook niemand.

Ze ziet dat Henk zijn visspullen heeft meegenomen, nou ja misschien zijn ze met zijn allen naar het park om te vissen. Ze geniet van haar kopje thee en gaat vast aardappelen schillen, want ze heeft honger. De telefoon gaat, het is de moeder van Liesje en Leon, de tweeling die bij Joep in de klas zit. Ze vraagt waar Henk blijft om de kinderen op te halen, want ze gaan aan tafel. Suzanne vraagt wat ze bedoelt, want Henk is niet thuis en zou de kinderen van school halen. De moeder van de tweeling antwoordt dat zij de kinderen mee heeft genomen, omdat Henk vanmiddag een afspraak had. Althans dat zei Henk tegen haar op het schoolplein. Suzanne zegt dat ze eraan komt. Een kwartier later belt ze aan en komen Joep en Julia aangerend.

Ze zijn blij dat hun moeder hun op komt halen. Suzanne vraagt aan de kinderen waar    

papa is. Oh dat heeft hij niet gezegd, we mochten met Liesje en Leon mee. We hebben koekjes gebakken en in de tuin gespeeld. Vrolijk gaan ze mee naar huis. Suzanne kookt de aardappelen en bakt de karbonades. Voor vandaag dan maar appelmoes erbij. Na het eten stuurt ze de kinderen naar boven om hun tanden te poetsen en doet zelf de afwas. Het is nu al 20.00 uur, maar Henk is nog steeds niet thuis. Ze belt de buurvrouw of zij even op kan passen. Dat is geen probleem. Zelf trekt ze haar jas aan en loopt met Jules de hond naar het park. Ze loopt een rondje om het park, maar ziet Henk niet. Ze wordt nu echt bezorgd. Dit is niets voor Henk. Ze besluit nog een rondje te lopen en net als ze over de brug is, hoort ze een geluid. Ze kijkt om en ziet Henk onder de brug zitten, voor zich uit starend naar zijn dobber.

Ze loopt naar hem toe en vraagt wat ie aan het doen is? Hij antwoord nors, dat kun  je toch wel zien! Haar ongerustheid slaat om in boosheid. Ze vraagt hem mee naar huis te gaan. Nee antwoord Henk. Ik heb geen zin in eten koken, afwassen en de kinderen voorlezen. Suzanne beseft dat er iets goed mis is met Henk. Ze zegt hem dat alles al gedaan is en dat de buurvrouw oppast. Nukkig gaat hij mee. Binnengekomen bedankt ze de buurvrouw en wisselen ze een blik van verstandhouding. Ze vraagt Henk wat er loos is, maar hij wil niet praten. Wat ze ook doet, er komt geen zinnig wordt uit hem. Treurig en boos gaat ze douchen en naar bed. Er wordt geen woord meer gesproken. Na een dag vol energie bij meneer Bruintjes en alle nieuwe dingen die ze leert, eindigt haar dag met verdriet. Morgen zal ze de huisarts bellen en haar om raad vragen. Want dit kan zo niet langer. Als ze zichzelf wil ontwikkelen moet ze wel op Henk kunnen bouwen. In ieder geval wat de kinderen betreft. Je kunt Joep en Julia niet zomaar vergeten op te halen, of bij iemand anders dumpen. En bovendien ook nog liegen dat je een afspraak hebt en dan gaan vissen op je gemak. Ze kan de slaap niet vatten en besluit een kopje warme chocolademelk te maken. Henk snurkt en dat begint haar nu te irriteren.