Stof en Steen

Een beetje onzeker staat ze op de stoep bij de stoffeerderij. Ze heeft de stoel onder haar armen meegenomen, de zweetdruppels op haar rug heeft ze er voorover.
Zou ie nou wel open zijn? Het is ook zo donker daarbinnen. Ze heeft al twee keer op de bel gedrukt, straks wordt ie nog boos over haar ongeduld. Na een eeuwigheid voor haar gevoel, ze was al bijna weer weggegaan hoort ze een gestommel. Ha daar is de oude mopperkont. Hij doet de deur open en kijkt naar de stoel, “zo” zegt hij, toch eentje gevonden? Kom maar snel binnen want mijn koffie staat koud te worden. Binnen komt de geur van oude verpruttelde koffie, gecombineerd met sigarenrook haar tegemoet. Hij loopt voorop door naar achteren, en duwt een gammele schuifdeur gemaakt van underlayment open. Zet die maar op de tafel, zegt ie bijna snauwend. Ze kijkt om zich heen en ziet een muur vol met gereedschappen die totaal niet lijken op het gereedschap van Henk. Het enige wat ze direct herkent zijn een aantal beitels. Op een andere tafel staat een grote witte rol en een soort bouwafval zak met van dat hooi wat ook uit haar fauteuil steekt. Een stukje verderop liggen rollen jute en wat los gereedschap. Een ding trekt haar aandacht, het lijkt op een soort priem, alleen het uiteinde staat in een hoek omhoog. Ze vraagt de oude man wat dat is. Hij is bezig de onderkant van de stoel te bekijken en zegt dat is een nietenwipper. Daar haal je deze nietjes en hij wijst naar de onderkant van de stoel waar ze het jutesingelband ziet, netjes als een gevlochten matje vastgeniet aan de uiteinden. Zo dat zijn er behoorlijk wat zegt ze, daarom gebruik je de nietenwipper anders gaan je polsen en handen zeer doen zegt de oude brompot. Hij draait de stoel om met de zitting op de tafel en de rugleuning langs de zijkant van de tafel.
Hij pakt de nietenwipper samen met een tangetje en een sloophamer. Hij doet haar voor hoe ze het beste te werk kan gaan. Hij geeft haar instructies hoe de nietjes en alle verdere lagen te verwijderen. Ze maakt aantekeningen in haar blocnote om dit later terug te kunnen lezen. Dit kan ze niet allemaal onthouden. Ze vraagt hoe ze de oude man aan kan spreken. Hij bromt dat ie Kees heet vernoemd naar zijn vader. Maar zij mag hem meneer Bruintjes noemen. Hij vertelt haar dat ze in plaats van een nietenwipper ook een priem kan gebruiken, voor de sloophamer kan ze bij de bouwmarkt terecht. Als deze te zwaar is moet je maar een stuk van steel afzagen. Een goedkope nijptang die vooral bot is is een goede vervanger van deze dure tang en wijst naar zijn werktafel. Anders knijp je de nietjes kapot in plaats van eruit halen en blijven er allemaal scherpe puntjes in het hout zitten. Hij wijst naar de deur en zegt dat ie verder moet, anders komt het werk nooit af. Ik zie je wel verschijnen als de stoel gesloopt is.