Stof en Steen

Halverwege de gang van de ziekenhuiskamer van oma ziet hij dat het verplegend personeel de gordijnen om haar bed aan het dichtdoen zijn. Hij wil de kamer binnengaan, maar een verpleegster deelt hem mee dat ie op de gang moet wachten. Hij hoort een indringend gepiep en een arts komt snel aangerend.
De deur gaat achter de arts dicht.
Een half uur later komt de arts naar buiten. Hij zag het aan de houding van de arts. Zij deelt hem mede dat oma een zware beroerte heeft gehad en dat ze haar niet hebben kunnen redden.
Ontredderd gaat hij naar huis. Suzanne is ontroostbaar en de kinderen snappen er niets van. Het was eigenlijk feest, maar iedereen huilt.

Ondertussen is kat Joosie in de grote fauteuil gekropen en is het ‘hooi’ er verder aan het uitpulken. Tussen het zitkussen en de armleuning lijkt het nu wel een konijnenhok. De Broer van Suzanne, Floris, is net aangekomen met zijn nieuwe vriend Bram. Hij had hem voor willen stellen aan oma. Ze komen de woonkamer binnen en Floris staat stokstijf stil. Dit had hij niet verwacht, de oude eetkamertafel en stoelen van oma in de woonkamer van zijn zus. De herinneringen aan de tot prut gekookte witlof met de veel te kruimige aardappels met een kuiltje jus en draadjesvlees dringen zijn gedachten binnen. Hij draait zich om en kijkt zijn zus aan, zij op haar beurt kijkt hem aan en ze denken hetzelfde. ” Deze eethoek met zijn zes stoelen moeten in ons leven blijven”.

Na de begrafenis van oma, ze wilde perse niet gecremeerd worden, moet er opnieuw opgeruimd worden. Het oude huis moet nu helemaal leeggemaakt worden en schoon opgeleverd worden aan de woningbouwvereniging. Opnieuw regelt Henk het nodige. Hij is druk in de weer met de aanhanger en rijdt een aantal keer naar de kringloopwinkel en de vuilstort. Hij heeft hulp gekregen van Bram en daar is hij blij mee. Als het aan Suzanne en Floris had gelegen hadden hun beide huizen helemaal volgepakt gestaan met allerlei zaken waar ze geen afscheid van kunnen nemen.
Na een aantal weken gaat het leven zijn normale gang weer. De kinderen zijn naar school en Floris en Bram zijn weer terug naar hun huis in Berlijn. Suzanne kijkt naar de lederen fauteuil waar de kat zich in heeft opgerold. Ze denkt “hier moet wat mee gebeuren”. De armleuningen zijn nu zo kapot dat het zo echt niet langer kan.
Ze gaat naar het centrum van de stad, ze gaat lekker windowshoppen. Even haar gedachten verzetten. Misschien kan ze langs de dierenwinkel. Ze hebben daar nu kleine hamstertjes. De kinderen zijn bijna jarig, dus dat is misschien wel een leuk kadootje. Eerst maar eens kijken wat er allemaal bij komt kijken.